Wikia



Andreas de badbediende

Een jonge Pers

Er kwam een jonge Pers - ik ken zijn naam niet, een aristocraat naar zijn kleding en zijn bewapening te oordelen - die op een fraai kastanjebruin paard het Romeinse centrum inreed. Hij kende een paar woorden Grieks en uitte, terwijl hij plotseling zijn teugels innam, luidkeels een uitdaging voor een tweegevecht. Hij zou iedere Romeinse ridder die het tegen hem opnam in stukken hakken. Niemand nam de uitdaging aan, omdat de orders waren dat het gelid onder geen enkel voorwendsel verbroken mocht worden. De jongeman bleef schreeuwen en met zijn speer schudden en verachtelijk lachen. Plotseling was er geroezemoes onder de Romeinen bij de linker loopgraaf. Diep over de nek van zijn paard gebogen, stormde een ruiter over een brug, voorbij de Massagetische Hunnen die op de hoek waren opgesteld, en recht op de Perzen af. De Pers zag de aanval te laat. Hij probeerde te ontkomen, door zijn paard met de zweep vooruit te jagen, maar de lans raakte hem vol aan de rechterkant van zijn borst en wierp hem om. Hij lag bewusteloos. De Romein steeg haastig af en sneed hem de hals af - alsof hij een offerdier was. Een luid gejuich ging op in het Romeinse leger, en van de muren van Daras waar het krioelde van mensen uit de stad. Eerst dacht men dat Boutzes de ruiter was, die zo de gevangenneming van zijn broer Coutzes wreekte. Maar toen de overwinnaar op zijn gemak terug reed over de loopgraaf , met het Perzische paard en de dode Pers over het zadel, zag men wie hij was - de dappere Andreas, de badbediende!

Andreas

Want Andreas, die een lichte dienst had en een energieke aard, had al enige tijd, zonder dat Belisarius er vanaf wist, deelgenomen aan de ochtendlijke cavalerie-exercities onder Boutzes, die tegenwoordig Belisarius' paardenmeester was, en door zijn worsteltraining was hij een formidabel soldaat geworden. Belisarius stuurde een stafofficier naar hem toe om hem geluk te wensen en hem een geschenk te overhandigen: een helm met een witte pluim, een lans met een wit vaantje en een gouden halsketting, als teken dat hij hem de rang van sergeant wilde geven in zijn Huisregiment. Maar Justinianus' grootmeester, die als Belisarius' veldmaarschalk optrad, betreurde de ongedisciplineerdheid, ook al was hij opgetogen over Andreas' succes. Hij stuurde een boodschap naar de commandanten van alle eskadrons dat, op straffe van geseling, niemand anders mocht ingaan op enige uitdaging. Belisarius riep de grootmeester hierover ter verantwoording, omdat het een dreigement was dat niet uitvoerbaar was. Een man die uitreed om een uitdaging te aanvaarden zou ofwel overwinnaar zijn, en dan zou zijn bestraffing niet geaccepteerd worden; of hij zou worden verslagen, en dan zou de Pers zijn lijk meenemen, buiten bereik van de geselroede.

Een nieuwe uitdager

Een tweede uitdaging kwam er spoedig. Die kwam van een Pers die boos was dat de eerste uitdager was uitgereden in strijd met de hoofse regels. Want in het Perzische leger is men heel pietluttig in dit soort zaken. Een uitdager moet altijd een vertegenwoordiger zijn van de hoogste adel die bij het gevecht aanwezig is. De tweede uitdager reed dus uit, meer omdat hij gekwetst was in zijn familie-eer dan omdat hij snakte naar de strijd. Hij was geen jongeman, maar iemand in de kracht van zijn leven; hij hanteerde zijn paard en zijn wapens met een air van ervaring. Hij schreeuwde ook niet opgewonden zoals de jongeman die door Andreas was gedood, maar hij liet alleen zo nu en dan zijn zweep knallen met een streng 'ho! ho!' terwijl hij langzaam langs de Romeinse linies reed. Op een gegeven moment hield hij de teugels in en riep iets in het Perzisch - men dacht dat hij Belisarius zelf uitdaagde om tegen hem in het veld te komen. Maar toen leden van zijn staf dit aan Belisarius overbrachten - ze drongen er op aan dat hij de uitdaging aan zou nemen, want een overwinning zou het leger een hart onder de riem steken - antwoordde hij verachtelijk: 'Als hij dood wil, waarom steekt hij dan niet zelf zijn hoofd in de strop, in plaats van te proberen mij medeplichtig te maken.'

Finale

Zo reed geruime tijd niemand uit tegen de tweede uitdager. Hij keerde terug naar de Perzische linies, misschien opgelucht dat hij zonder ernstige gevolgen de familie-eer gered had. Maar toen ontstond er, net als eerder, plotseling een geroezemoes. Weer een ruiter, ditmaal met een witgepluimde helm en een lans met een wit vaantje, gaf zijn paard de sporen en trof de uitdager in volle vaart. Beide lansen gleden af van het gepolijste borstharnas, maar om een of andere reden passeerden de paarden elkaar niet, zoals meestal gebeurt bij dit soort duels, maar ze botsten frontaal, met een luid gekletter van bepantsering, en kwamen op hun achterste terecht. De ruiters werden naar voren geworpen, vlogen tegen elkaar aan, en kwamen halsoverkop op de grond terecht. Iedereen hield zijn adem in. De Romein herstelde zich het eerst. Toen de Pers begon op te krabbelen, sloeg hij hem met de vuist in het gezicht, toen greep hij zijn voeten, en trok hem ondersteboven, in de bekende stijl van de worstelscholen. Hij rekende met hem af met één enkele dolkstoot. Een donderend gejuich steeg op van de Romeinen achter de loopgraven en in de stad, nog luider dan de eerste keer, en men zag dat het wéér Andreas was, in het uniform van een sergeant van Belisarius' Huisgarde, die de Romeinse eer hoog had gehouden. De Perzen trokken zich terug naar hun kamp, overtuigd dat deze dag onder een kwaad gesternte stond; en de Romeinen hieven zegezangen aan en marcheerden terug naar Daras.



Terug naar Hoofdpagina