Wikia



De slag bij Daras

De slag begint

De Perzen bleven de hele ochtend in positie, tot ze hoorden hoe van de muren van Daras de hoorns werden gestoken als teken om het middagmaal naar de loopgraven te brengen. Zodra Firouz dacht dat het uitreiken van voedsel was begonnen, lanceerde hij de aanval. Perzische soldaten zijn gewend 's middags laat te eten, en hebben dus pas honger als de zon begint te dalen, terwijl de Romeinse magen beginnen op te spelen bij het hoornsignaal 's middags. Belisarius had evenwel een middagaanval voorzien en had de soldaten aangeraden bij het ontbijt hun magen goed te vullen; dus hun gevechtskracht liet niet te wensen over. De Perzische cavalerie rukte op tot binnen schootsbereik van de Romeinse cavalerie op de vleugels en begon te schieten. Ook een groot aantal boogschutters te voet drong de ruimte binnen de loopgraven binnen en begon wolken van pijlen af te schieten op de Romeinse infanterie en de lichte ruiterij op de hoeken. Deze boogschutters bewogen zich voorwaarts in parallelle enkele lijnen, met maar een stap ruimte tussen de lijnen. Zodra de man aan het hoofd van een rij een pijl had afgeschoten, trok hij zich terug naar achteren en kwam dan na verloop van tijd weer aan het hoofd van de rij. Op deze manier waren ze in staat een voortdurende stroom pijlen af te schieten. Ze waren in veel grotere getale dan onze eigen boogschutters, maar ze hadden te kampen met drie grote nadelen. Ten eerste had de stijve boog van Belisarius' rekruten een veel groter bereik dan hun eigen lichtere bogen; vervolgens de wind, die uit het westen waaide waardoor hun pijlen vaart verloren en het doel niet bereikten; en tenslotte, zij lagen onder vuur van drie kanten: het front en de beide flanken en ze waren zo dicht opeengepakt dat de Romeinen zelfs met schoten op goed geluk succes hadden. De druk van verse troepen achter hen duwde hen verder vooruit dan ze wilden en hoewel dit hun schootsbereik verbeterde, leden ze ook des te grotere verliezen. Een halfhartige poging van hun lansiers om tegelijkertijd twee van de bruggen in te nemen faalde: de mannen met werpspiesen verdreven hen. Maar een uur of twee later, toen beide partijen door hun projectielen heen waren, werden er wanhopige gevechten geleverd met lans en speer bij de bruggen langs de hele frontlijn, en er werd geprobeerd met planken over de loopgraven te komen. Belisarius brak een gevaarlijke aanval met behulp van cavalerie die was afgestegen - het eskadron Massagetische Hunnen, dat nu was teruggeroepen naar deze kant van de loopgraaf.

Boutzes

Uiteindelijk wisten de aanvallers een licht voordeel te behalen tegen Boutzes' Thraciërs op de linkervleugel. Zij forceerden een van de bruggen en slaagden erin zich te ontplooien aan de overkant. De vijandelijke eenheid bestond uit Saraceense hulptroepen, woeste soldaten met goede paarden. Boutzes vocht krachtig, maar de uitkomst was twijfelachtig tot het linkse eskadron Massagetische Hunnen, die nu, net als het rechtse, waren teruggeroepen, hun in galop te hulp kwam. Ze hadden juist een voorraad Perzische pijlen gekregen die haastig door een massa jongetjes uit de stad overal werden opgeraapt en in bundels van veertig bij elkaar werden gebonden. De Saracenen werden met grote verliezen teruggedreven over de loopgraven, en hadden geen tijd op zich te hergroeperen voor Pharas met zijn halve eenheid Heruliërs onverwacht vanachter de heuvel tevoorschijn kwam en hen van achteren aanviel. Men zegt dat Pharas' mannen naar verhouding van hun aantal die dag meer schade aanrichtten dan enige andere eenheid ten velde. Ze gebruikten nu hun brede zwaarden en tussen hen en Boutzes' Thraciërs en de Massagetische Hunnen verloor de Perzische cavalerie op die vleugel 3.000 man. De overlevenden vluchtten terug naar de hoofdmacht, maar Boutzes had geen bevelen om hen te volgen en keerde plichtsgetrouw terug naar zijn post.

Pharas

Belisarius riep onmiddellijk de Massagetische Hunnen en Pharas' mannen terug. […] Hij en zijn vechters waren nu hard nodig aan de andere flank, waar Firouz net 'de Onsterfelijken' - het koninklijke corps pantserruiters van 10.000 man - opdracht had gegeven de verdediging tot iedere prijs te breken. De Onsterfelijken slaagden er in twee bruggen te forceren. Onze cavalerie daar, grotendeels Armeniërs, trok zich langzaam terug, maar volgens de instructie, diagonaal, naar rechts. Er ontstond daardoor ruimte voor een krachtige Romeinse tegenaanval vanuit het centrum. Het rechtse eskadron Massagetische Hunnen, terug op hun paarden, samen met hun landgenoten die net de overwinning hadden behaald op de linkervleugel, en Pharas' Heruliërs, en Belisarius' eigen onvergelijkelijke Huisregiment gingen in handgalop en vervolgens in galop. De aanval, die de Perzen in de flank trof had zo'n kracht dat hij dwars door de colonne kliefde, en die in twee ongelijke helften brak.

Baresmanas

De Perzische generaal die op deze flank het commando had, was de eenogige Baresmanas, een neef van koning Kobad. Hij reed met zijn staf op zijn gemak in de achterhoede van wat naar hij meende een victorieuze achtervolging was van de ineengestorte rechterflank van de Romeinen, toen hij plotseling aan zijn blinde kant luide kreten hoorde en geschreeuw, en daar zaten de Massagetische Hunnen hem op de nek met hun korte, taaie lansen en wervelende zwaarden. Deze Hunnen hadden een goede reden om Baresmanas te haten, want hij was de generaal die hun hun weidevelden in het verre oosten had ontnomen. Om zich te wreken hadden ze honderden mijlen gereisd en dienst genomen in het Romeinse leger. Hun aanvoerder Sunicas keerde de lans tegen de vaandeldrager, die een paar passen voor Baresmanas reed, en raakte hem pal onder zijn opgeheven arm, zodat de karmozijnrode standaard, geborduurd met de leeuw en de zon, plotseling kantelde en viel. Er ging uit de achterhoede een kreet op van woede en alarm, de Onsterfelijken hielden halt en zagen dat hun standaard neer was. Ze stormden terug om hem te redden, maar het was te laat. Sunicas, in een overwinningsroes, had Baresmanas zelf opgezocht en hem gedood met een lansstoot in zijn zijde, en toen ze dat zagen keerden de Perzen in de achterhoede om en vluchtten. De hoofdmacht van de Onsterfelijken was nu omsingeld, want de Armeniërs hadden zich hersteld en vochten weer als duivels. En 5.000 van deze edele Perzen vielen voor de dag ten einde was.

Het einde

Het onbeschermde centrum van de Perzen brak spoedig daarop en stroomde terug naar Nisibis; en de rekruten van de Perzische infanterie bevestigden de lage dunk die Belisarius van hen had, want toen de hoofdmacht van de Romeinen hun achterna stormde, wierpen ze hun grote schilden en hun speren weg. De Romeinse rekruten, hoewel ze alleen training hadden gehad in op goed geluk boogschieten, raapten de gevallen speren op en speelden voor lansiers. De Perzische linies waren zo gedesorganiseerd dat zelfs deze onhandige speervechters hun terugtocht tot een chaos konden maken.


Terug naar Hoofdpagina