Wikia



DE CUNICOPOLITANIS

Ruptis rupibus in Chorazinanis

Servili cuneo cuniculorum

Late qui latet, allocutus isto

Adridens BASILEUS, inermis ipse[1]...


OP DE CANINEPOLITANEN


Op Galilea's rotsen leeft een laf

Konijnenvolk, wier laffe HEER hen leert:

Schroom niet om laf te zijn, trek schielijk af,

Tenzij uw vijand zelf al retireert.


Dit volk, van dagen kort maar vruchtbaar, kwam

Naar Rome waar het zich een toevlucht vond

In catacomben, en zich vrouwen nam.

Hun nageslacht doorzeefde er de grond.


Distels van dor dispuut, konijns gegraaf,

Schaadden de exploitatie van het land.

Romeinse zwaarden ploegden niet meer braaf

't Vijandig heir, gevoerd door Romes hand.


Zie, overal konijnen! Constantijn

Kiest een konijnenbruid en toont zich thans

In purper met een kleine witte staart,

En lange oren voor een lauwerkrans.


Caninepolitanen, laag gebroed!

De vos, de wezel en de hermelijn

Kiest u als hoeders, en uw eigen bloed

Zal daarom hun tot loon vergoten zijn.


  1. Letterlijk: Tot die slaafse falanx van konijnen, die zich verbergt overal tussen de gebroken rotsen van Chorazin sprak de KONING, zelf weerloos, glimlachend…